08 juni 2008

Rudolf Steiner - Biodynamische wijnbouw deel 2

Rudolf Steiner is de grondlegger van de biodynamie (zie deel 1). Hij werd geboren op 27 februari 1861 in Kraljevec (toen Hongarije nu Slovenië) uit Oostenrijkse ouders. Hij studeerde in Wenen wat toen de intellectuele hoofdstad van Europa was en was zeer geïnteresseerd in het werk van Goethe (schrijver, filosoof en dichter).

Als eenentwintigjarige student aan de Technische Hogeschool in Wenen kreeg Steiner de opdracht het natuurwetenschappelijke werk van Goethe van toelichtingen te voorzien. In Goethe waardeerde hij de mens die gedurende tientallen jaren van onderzoek zijn waarnemen en denken zo oefende dat hij het leven in de natuur ging begrijpen. Deze opdracht werd Steiners opstap naar de basis van een nieuwe, spirituele wetenschap, verankerd in de bestaande westerse cultuur. Hij beschrijft die basis in zijn boek De filosofie van de vrijheid (1893). Deze beschrijving, in de taal van de filosofie van zijn tijd, bevat in de kiem al de antroposofie.

In 1891 na het behalen van zijn doctoraat in de filosofie vestigt hij zich in 1889 in Weimar waar ook Goethe gewoond en gewerkt had en waar zijn archieven werden bewaard. Steiner schrijft er zijn eerste essay. In 1894 ontmoet hij Frédéric Nietzsche wiens zus hem vraagt orde in de filosofische papieren van Nietzsche te brengen.

rudolf steiner 1917In die tijd was Rudolf Steiner een wijsgeer, een visionair. Hij werd lid van de Theosofische Vereniging in Berlijn en klom op tot secretaris-generaal van de Duitse afdeling. Theosofie is geen godsdienst maar een allesomvattende, universele filosofie, gebaseerd op natuurwetenschappelijke, geestelijke en psychische evolutie van de natuur.

In 1913 verliet Rudolf Steiner de Theosofische Vereniging. Hij werd de grondlegger van de antroposofie. Als wetenschapper trachtte hij de theosofische principes in overeenstemming te brengen met de natuurkunde en de algemene beginselen van de Duitse filisofische school, die op dat ogenblik  op haar hoogtepunt was. De eerste samenkomst van de Antroposofische vereniging was op 3 februari 1913.

Het begrip antroposofie is samengesteld uit twee Griekse woorden: ‘anthropos' (mens) en ‘sophia' (wijsheid).  Antroposofie kan het beste worden omschreven als een weg om door zelfkennis en kennis van de wereld te komen tot bewustwording van je menszijn, in vrijheid en vanuit eigen verantwoordelijkheid.

Rudolf Steiner begint te schrijven en in het openbaar te spreken en over zijn geesteswetenschappelijk onderzoek. Het accent ligt daarbij op de zogeheten centrale onderwerpen in de antroposofie: het mensbeeld, het wereldbeeld, de geschiedenis van mens en aarde, de betekenis van leven en dood, reïncarnatie en karma, de betekenis van het christendom.

In 1919 ontwikkelt hij een pedagogische methode die wordt toegepast in de Waldorf scholen. Vandaag de dag bestaan er nog 25 Steiner scholen in Vlaanderen en ook buiten de Belgische grenzen.

Steiner was ook kunstenaar: hij schreef vier drama's, ontwierp een aantal gebouwen, waaronder het Goetheanum in Dornach (Zwitserland) en werkte aan de ontwikkeling van de euritmie, een geheel nieuwe bewegingskunst. Veel vernieuwende inzichten had hij op onder andere landbouw, onderwijs en gezondheidszorg. In 1923 nam hij het voorzitterschap op zich van de toen opgerichte Algemene Antroposofische Vereniging in Dornach.

De lezingen in Koberwitz, de allereerste landbouw cursus Biodynamie
In 1924, van 7 tot 16 juni, had graaf Karl von Keyserlingk op zijn kasteel in Koberwitz een 60tal mensen uitgenodigd, voornamelijk grondbezitters. Allen waren gekomen om de meester Rudolf Steiner te horen. De "Goethe" van de landbouwkunde en inspirator van de biodynamie. Koberwitz, tegenwoordig gelegen in Polen vlakbij Wroclav hoorde toendertijd nog bij Pruisen, deelstaat van het Duitse rijk. Graaf Karl von Keyserlingk was gepassioneerd door landbouwkunde en kon toen niet bevroeden dat zijn seminar, die ook wel landbouwcursus wordt genoemd, historie zou schrijven. De acht lezingen die Steiner toen heeft gegeven zijn uitgegeven onder de titel :   Landbouw ; geesteswetenschappelijke grondslagen voor een vruchtbare ontwikkeling van de landbouw.

Rudolf Steiner was geen boer of landbouwwetenschapper. Dat hij zich toch op dit vakgebied waagde, hangt met twee omstandigheden samen. De eerste is dat hij op het platteland was opgegroeid en daardoor het leefmilieu van de boeren en het werk op het land uit eigen ervaring kende. De tweede omstandigheid heeft te maken met het karakter van de antroposofie, dat de achtergrond vormt van de biologisch-dynamische landbouw.

nicolas joly savannieres la coulee de serrant loire
Nicolas Joly (links) bewerkt zijn biodynamische wijngaard Coulée de Serrant in Savennières, Loire.

Het grote thema van de antroposofie is, in twee woorden, mens en kosmos. Over die relatie, tussen de mens aan de ene kant en mineralen, planten en dieren, aarde en sterren aan de andere kant, schreef en sprak Steiner vanuit telkens wisselende gezichtspunten. Vandaar dat de stap van de algemene antroposofie naar zoiets specifieks als de landbouw kleiner is dan men op het eerste gezicht zou denken.

De deelnemers aan de cursus waren niet alleen feitelijk in de landbouw werkzaam, maar zij waren ook vertrouwd met de algemene antroposofische inzichten over mens en kosmos en over innerlijke scholing. Het lidmaatschap van de Antroposofische Vereniging was een voorwaarde tot deelname aan de cursus.

Echter al voordat de landbouwcursus tot stand kwam, had Rudolf Steiner aan deze of gene landbouwkundige adviezen gegeven en had hij op kleine schaal experimenten laten doen. Een van degenen die hij van advies had gediend was Ernst Stegemann, pachter van een landgoed in Marienstein. In 1922 was Stegemann gestopt met het gebruiken van kunstmest. Vanaf 1922 deed Ehrenfried Pfeiffer op aanwijzing van Rudolf Steiner experimenten in een laboratorium in het Zwitserse Dornach. Het ging daarbij om onderzoek naar de werking van de in de landbouwcursus besproken preparaten.

Tijdens de acht lezingen in Koberwitz vraagt Steiner zijn luisteraars eerst om op zijn minst vier jaar te experimenteren met zijn lessen. Hij gaf zijn volgelingen een idee en zei dat ze zelf moesten uitzoeken wat in de praktijk bruikbaar was. Sindsdien is er heel wat geëxperimenteerd in de biodynamie. Na de lezingen en het oprichten van de ‘Versuchsring' werd de eerste aanzet gegeven tot een vernieuwing van de landbouw. De eerste biodynamische boerderijen zagen het daglicht in Duitsland en het immens grote domein van Koberwitz diende als proefterrein.

Steiner verkondigt dat organismen (de mens in het bijzonder), en de processen die zich in hen afspelen, het resultaat zijn van invloeden uitgaande zowel van de aarde als vanuit de kosmos (zon, maan en sterren). Fatale gevolgen verwachtte hij vooral van de invoering van kunstmest, die net in die jaren op gang kwam. De ontwikkelingen van de twintigste eeuw, met name die van na de tweede wereldoorlog, hebben hem gelijk gegeven.

Heeft Steiner de gedetailleerde biodynamische beschrijvingen en argumenten zelf ontwikkeld of heeft hij een beroep gedaan op experts? We weten het tot op vandaag niet. Hoe kan deze man zonder enige lanbouwstudie zoveel complexe vraagstukken beantwoorden en justifiëren?

Door zijn vroegtijdige dood op 30 maart 1925 in Dornbach door een ziekte aan zijn spijsverteringsorganen kon Rudolf Steiner aan de verdere ontwikkeling niet meer bijdragen. Steiner gaf in totaal 6.000 lezingen en publiceerde 500 teksten.

champagne francis boulard 5Steiner zelf spreekt in de beroemde landbouwcursus niet van een biologisch-dynamische landbouw, maar van een landbouw die is gebaseerd op geesteswetenschappelijke inzichten.

Toen na de dood van Steiner de behoefte aan een naam ontstond, werd eerst gekozen voor ‘biologische landbouw'. Daarmee wilde men aangeven dat het om een landbouw ging die op een ‘biologische' manier omsprong met de bemesting (in tegenstelling tot de kunstmest, die de chemie als uitgangspunt had). Later werd er het begrip ‘dynamisch' aan toegevoegd, om aan te geven dat in deze wijze van landbouw ook een relatie wordt gezocht tot kosmische krachten.

De initiatoren voor de biodynamische methode zijn voornamelijk Ehrenfried Pfeiffer (1899-1961) en Günther Wachsmuth (1893-1963). Zij zijn het die in 1924 in het bijzijn van Steiner de koeienhoorn uit de grond haalden waaraan Steiner altijd zoveel goede krachten toedichtte.

Steiners werk werd bijna verwoest toen de nazi's in 1933 aan de macht kwamen en deze methode verboden. Maar er emigreerden een aantal vooraanstaande aanhangers naar Engeland ( Eugen en Lilly Kolisko ) en naar Amerika ( Ehrenfried Pfeiffer ) met Steiners documenten. Na de Wereldoorlog II werden de experimenten in de hele wereld voortgezet.

Vanaf 1963 is de landbouwcursus van Koberwitz publiekelijk verkrijgbaar. Dat de cursus pas zoveel later dan bedoeld algemeen toegankelijk werd, heeft ongetwijfeld een remmende invloed gehad op de ontwikkeling van de biologisch-dynamische landbouw. Een echte groei van de beweging vond plaats in de jaren zeventig van de vorige eeuw.

In 1924 was er nog geen sprake van een milieuvraagstuk. Niettemin blijkt uit de voordrachten zonneklaar dat Steiner in dit opzicht een vooruitziende blik had. Scherp geeft hij aan dat de basis van de gangbare landbouwmethode - het eenzijdig natuur-wetenschappelijk denken - onherroepelijk problemen zou geven.

Steiner was een tegenstander van alcohol en dus ook van wijn. Hij vondt dat iemand die dronk zijn spirituele openheid blokkeerde en dus ook geen toegang naar spiritualiteit kon verkrijgen. Volgens hem behoorden bier, wijn en sterke alcohol niet tot de menselijke voedingsmiddelen. Hij dronk zelf water en amandelmelk.

Hier:  Deel 1 biodynamische wijnbouw

Commentaren

Mooi Dank Vinama om dit met ons te delen. Ik kijk al uit naar het vervolg.

Gepost door: Wijngerd | 08 juni 2008

Dan zal ik zorgen dat er een vervolg komt WijnGerd :-)

Cheers,

Gepost door: Vinama | 09 juni 2008

De commentaren zijn gesloten.